+31 (0) 70 3644807

Van studentenkamer tot composite-specialist

nov 5, 2017 | Nieuws |

Parels van de Nederlandse luchtvaartindustrie: Airborne Services

“Wie kan ons helpen in de groeiende vraag naar ondersteuning en innovatie bij onderhoud?” Die open vraag stelde toenmalig Commandant Luchtstrijdkrachten luitenant-generaal Sander Schnitger in 2014 aan het Nederlandse bedrijfsleven. Hierbij keek de luchtmacht vooral naar bedrijven die ook een link met de burgermaatschappij hebben. De vraag werd door Airborne Services opgepakt en was het startschot voor een intensieve samenwerking met de luchtmacht.

Het verhaal van Airborne lijkt veel op dat van een jongensdroom. Twee studenten van de TU Delft richtten in 1995 het bedrijf Airborne op en bouwen dit uit tot een specialist in composiet productie en reparatie voor de lucht- en ruimtevaart en maritieme sector. Een van hen is Marco Brinkman, managing director van het dochterbedrijf Airborne Services, gehuisvest op het Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW) van de vliegbasis Woensdrecht.

Bij Airborne, dat naast drie vestigingen in Nederland ook twee buitenlandse vestigingen omvat, werken op dit moment zo’n 170 medewerkers. Als zogenoemde ‘niche player’ richt Airborne Services zich op het onderhoud van rotorbladen voor helikopters, propellerbladen voor vliegtuigen en composiet constructies. Om een hoogwaardige kwaliteit te kunnen waarborgen heeft het bedrijf meerdere certificeringen in huis zoals van de Nederlandse Militaire Luchtvaart Autoriteit, European Aviation Safety Agency en Amerikaanse Federal Aviation Administration.

LCW

“Het uitgangspunt van Airborne Services was een vestiging op het LCW met medegebruik van bestaande faciliteiten”, vertelt Brinkman. “Airborne richt zich met name op het hogere onderhoud en de buitenlandse markt. Je krijgt niet zomaar de business aangereikt en je moet je goed realiseren dat er een verschil is in het zaken doen met bedrijven of de overheid. Door samenwerken op het LCW creëer je een basis die voor verdere groei kan zorgen.” Airborne Services en de luchtmacht hebben voor een hybride samenwerkingsvorm gekozen. Dit is 1 van de moeilijkste vormen van samenwerking die er is, tekent Brinkman aan, maar kent ook vele voordelen. In 2016 werd na een grondige verbouwing van de voormalige timmerwerkplaats van het LCW door Airborne een state-of-the-art repair shop gecreëerd. De hybride en duurzame vorm van samenwerking omhelst een aantal zaken. Zo voert de KLu deels zelf zijn eigen onderhoud uit en ondersteunt Airborne Services bij pieken. Onderhoud van rotorbladen voor de Cougar en NH90 wordt door Airborne Services uitgevoerd. Brinkman: “Daarnaast leiden we jonge luchtmachters op en kan de luchtmacht met deze ‘in house’-constructie ons veel beter beoordelen.”

Mes snijdt aan twee kanten

De partnering op locatie heeft een aantal duidelijke voordelen. Door deze samenwerking kan de doorlooptijd van het onderhoud aan rotorbladen worden verkleind en dat zorgt weer voor minder voorraad, wat op zijn beurt de onderhoudskosten verlaagt. Airborne Services biedt ex-luchtmachters banen aan zodat hun specialistische kennis niet verloren gaat voor het luchtvaartcluster. Het onderhoud van Chinook- en Apache-rotorbladen doet het 980 Squadron (vliegtuig- en helikopteronderhoud) van het LCW en Airborne Services – in de eigen werkplaats – dat van Cougar- en NH90-rotorbladen. Brinkman: “Neem die laatste bijvoorbeeld. Door nauw samenwerken in de keten kan het onderhoud voor een groot deel in Nederland plaatsvinden. Normaal doet Airbus een belangrijk deel en zouden de rotorbladen moeten worden opgestuurd, wat onnodig veel tijdsverlies en extra kosten met zich mee zou brengen.”

Blijven innoveren

Dit neemt niet weg dat er altijd sprake zal blijven van een 3-hoeks samenwerking, te weten die tussen de KLu, Airborne en de fabrikant. Het is van groot belang dat kennis tussen de klant, de fabrikant en ons wordt gedeeld, vindt Brinkman. “Die samenspraak vergroot de flexibiliteit en de beschikbaarheid van de componenten.” Om deze reden tekende Airborne in 2017 een overeenkomst met Boeing tijdens de Le Bourget Airshow in Parijs. Hij vervolgt: “Voor ons is het van groot belang om zo veel mogelijk boven het onderhoudsniveau van de operator, in dit geval het CLSK, te blijven. Hierdoor kunnen wij onze toegevoegde waarde laten zien en behouden. Dit doen wij door ons steeds weer te richten op innovatie. Op het gebied van composietonderhoud doen wij dit onder andere met de TU Delft, NLR en Fokker. Zo zijn wij nu bezig met de ontwikkeling van een nieuwe balanceerfaciliteit voor rotorbladen. Door een verbeterde faciliteit en methode kunnen rotorbladen beter worden gebalanceerd en zijn minder proefvluchten nodig. De KLu is juist op zoek naar bedrijven, die steeds voorop willen blijven lopen in innovatie.”

Focus loont

Ook het F-35 project is zeker interessant voor Airborne, al is het onderhoudsproces van een 5e generatie toestel niet te vergelijken met dat van bijvoorbeeld een Chinook. Toch ziet Brinkman hier ook kansen. “Een deel van het onderhoud aan de F-35 zal straks bij het LCW plaatsvinden. Onze goede contacten met Fokker en de KLu en het feit dat wij al op het LCW gevestigd zijn kan een voordeel zijn. Wat zeker ook helpt is dat wij logistiek bij de besten van de wereld behoren en hoogwaardige kennis in huis hebben.” Daarbij is Airborne gecertificeerd en weten ze hoe om te gaan met de door de Amerikanen ingestelde ITAR-regelgeving (International Traffic in Arms Regulations). Mede hierdoor hebben Nederlandse bedrijven, in verhouding tot veel grotere landen, al veel F-35 opdrachten binnengehaald. Brinkman vervolgt: “Naast de F-35 zien we kansen in de verdere automatisering van het onderhoud aan composite onderdelen. Op dit moment komt er nog veel handwerk bij kijken. Daarom zijn wij met Siemens een samenwerking aangegaan om nieuwe robots te ontwikkelen die automatisering in de productie en in de toekomst ook herstel van composiet onderdelen mogelijk maakt. Daarmee laat Airborne Services zien dat focus op innovatie loont.”

 

 

Archief

Categorieën