+31 (0) 70 3644807

Search

Kabinet moet kiezen voor duidelijke industriepolitiek

mei 4, 2020 | Nieuws

De politieke reactie van verschillende lidstaten van de Europese Unie (EU) op het coronavirus wijst de noodzaak uit voor een balans tussen Europese samenwerking en autonoom handelen op nationaal niveau. Dat is nodig voor het economisch herstel, het toekomstig verdienvermogen en een meer soevereine EU. Sterke EU-landen maken de EU meer soeverein en autonoom.

De vraag die het kabinet in de Brede maatschappelijke heroverwegingen stelde, is of Nederland hierin speelbal of spelverdeler is. Maar de werkelijke vraag die hier achter ligt is of Nederland bereid is om strategische industriepolitiek te voeren door de Nederlandse kennis, technologie en bedrijven te benutten en te versterken. Deze industriepolitiek is nodig om de Nederlandse soevereiniteit en autonomie te versterken. Maar het maakt ook de EU sterker en veerkrachtiger.

De corona-crisis toont aan dat het nationaal vermogen om oplossingen te kunnen ontwikkelen voor vraagstukken zoals gezondheidscrises, economie en veiligheid belangrijk is. Nederland moet industriepolitiek voeren om dit zelfstandige vermogen te behouden. Dit vergt een slagvaardige regering.

Maar het handelingsvermogen van de regering staat onder druk door geopolitieke polarisatie. Nederland dreigt speelbal te worden. Dat zien we op mondiaal niveau in de enorme concurrentiestrijd om schaarse middelen voor de bestrijding van het coronavirus te verkrijgen. Maar dat zien we ook door toenemende druk van bijvoorbeeld de Verenigde Staten rond de vraag met welke partijen EU-lidstaten kunnen handelen.

Alle zeilen bijzetten

De gevolgen van de corona-crisis op toeleveringsketens en de race-to-the-bottom die ontstaat door staatsgesteunde bedrijven, zorgen dat ook Nederlandse bedrijven alle zeilen moeten bijzetten om overeind te blijven of opdrachten te winnen. De regering beschermt KLM en Royal IHC omdat zij belangrijk zijn voor de logistiek en scheepvaart. Dat is noodzakelijk voor het behoud van de Nederlandse economische belangen, maar het gaat ook om het vermogen om in te kunnen spelen op onzekerheden. De oproep van bedrijven om overheidsinvesteringen in de maakindustrie naar voren te halen, is een resultaat van de corona-crisis en een gevolg van het niet adequaat beschermen en versterken van dit vermogen.

De in maart gepubliceerde Europese Industriestrategie stelt strategische soevereiniteit en autonomie van Europa centraal. Dat is nodig om de Europese industrieën verdienkrachtger en meer zelfbeschikkend te maken. Frankrijk en Duitsland formuleerden hun eigen nationale strategieën met een beleid om industriële sectoren en sleuteltechnologieën voorrang te geven bij overheidsopdrachten. Deze strategie is voor hen het vliegwiel om het meerjarige EU-budget te bepalen.

Om het eigen handelingsvermogen te behouden, is het belangrijk dat ook Nederland een bepalende rol krijgt in de ontwikkeling van de Europese industriële agenda. Nederland beschikt over hoogwaardige industriesectoren die verdienkrachtig zijn. Deze sectoren zorgen voor werkgelegenheid, innovatiekracht en welvaart. Nederland is daarnaast de poort naar Europa, met verschillende logistieke hubs zoals de Rotterdamse haven en Schiphol. We blinken uit in high-tech en zijn een succesvol exporterende natie.

Besluitvaardig optreden

Nederland kan daardoor tot op zekere hoogte een autonome rol spelen. De regering moet daarom effectief zijn in het beschermen en benutten van haar besluiten. Om zelf te bepalen of technologie van ASML geëxporteerd kan worden, is besluitvaardig optreden noodzakelijk. Die besluitvaardigheid ontbreekt nu nog.

Het uitblijven van Nederlands hoofdaannemerschap voor de bouw van windmolens en elektrische bussen is ook onverstandig, aangezien het van toekomstig belang is om te beschikken over duurzame technologie en industrie. De defensie- en veiligheidsindustrie is cruciaal om te voorzien in de veiligheid van Nederland, zo beaamt de regering. De regering zou daarom opdrachten direct bij de Nederlandse industrie moeten beleggen of naar voren moeten halen. Dat niet doen is onverstandig, omdat soevereiniteit en invloed beginnen met de beschikking over nationale capaciteiten.

De regering dient daarom zelf de Nederlandse maat te bepalen en gebruik te maken van de uitzonderingen die de Europese aanbestedingregels bieden. Door op te treden als launching customer kan de regering sectoren beschermen en versterken. Dit beleid betaalt zich terug. Het Twentse Thales won opdrachten bij de Britse marine en won samen met scheepsbouwer Damen een grote Duitse fregattenorder. De Duitse minister van defensie stelde nog dit jaar dat het nooit meer mag gebeuren dat de Duitse industrie naast zo’n project grijpt. Een uitgetekend voorbeeld dat de consolidatie van industrie niet alleen gaat over Europese strategische autonomie, maar ook over nationale industriële belangen.

Voor Nederland is strategische soevereiniteit geen luxe maar noodzaak. Door autonoom te blijven in belangrijke industrieën en technologie-gebieden , zorgt Nederland voor economische veiligheid en soevereiniteit. Het beleid dat de overheid voert om bedrijven te ondersteunen moet dan ook gericht zijn op het behouden en versterken van die capaciteiten.

Strategische soevereiniteit werkt als EU-lidstaten gebalanceerd capaciteiten opbouwen. Het is  tijd dat de regering de Nederlandse autonomie versterkt door daadwerkelijk strategische industriepolitiek te voeren. Door onze nationale soevereiniteit en verdienvermogen te benutten kan Nederland als sterk land bijdragen aan het Europese handelingsvermogen op het mondiale toneel.

Hans Hillen, Ab van der Touw, Jeroen van der Veer.

Dit opiniestuk verscheen eerder in het Financieel Dagblad.

Contactpersoon

Matthijs Olde

Matthijs Olde

Adviseur Politiek, Projecten en Communicatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Matthijs Olde via m.olde@nidv.eu.

Eerder nieuws